JEZUS ONTDEKKEN
Recensie in CV-Koers door Tjerk de Reus
Hoe kun je concreet mensen helpen die wel naar de kerk gaan en dat ook werkelijk met hart en ziel doen, maar in hun geloofsleven eigenlijk niet verder komen? In de Bijbel staan duidelijk aansporingen in de zin van ‘wast op in de kennis en de genade van Jezus Christus’. Dit is de achtergrond waartegen het nieuwe boek van Jos Douma gelezen moet worden. Douma ontwierp een 33-daagse cursus onder de titel Jezus ontdekken. Wie met deze cursus aan het werk gaat, leest elke dag ongeveer drie bladzijden. Daarin staat steeds één thema centraal. Aan het eind van ieder gedeelte wordt opgeroepen om iets te doen, een tekst uit het hoofd te leren en te bidden. In dit boek krijgt de ontdekking van Jezus gestalte vanuit het oogpunt van de drie-eenheid: ‘Sprekend zijn Vader’, ‘Christus, de Levende’ en ‘In de Geest van Jezus’.
Douma heeft zijn werkwijze ontleend aan Amerikaanse geschriften waarin op een methodische manier een bepaalde geestelijke thematiek aan de lezer wordt gepresenteerd. Hij legt de nadruk op wat de Bijbel zegt over Christus en over de relatie tussen God en mensen. Het gaat om de betekenis van Jezus voor het geloofsleven van de lezer. In feite zit Douma helemaal op de lijn van de Nadere Reformatie (een beweging in de Nederlandse reformatorische kerken in de zeventiende en achttiende eeuw), waarin de ‘vroomheid van het hart’ centraal stond. Maar krijgen we ook iets tastbaars gepresenteerd? Douma doet zijn best, ook met het oog op jongeren, om daadwerkelijk pastoraal te begeleiden, aan het denken te zetten, inzicht te bieden, de heerlijkheid van God te laten proeven. Dat is een winstpunt, want daarmee wordt daadwerkelijk iets tastbaar en dus communiceerbaar.
De vraag is wel of de gerichtheid van dit boek op de persoonlijke, intieme betrokkenheid van de gelovige op God niet wat eenzijdig is. Resulteert dit er niet min of meer ‘automatisch’ in dat het voorgestane geloofsleven tamelijk los komt te staan van het concrete leven van alledag? Het is vooral de binnenkamer die bij Douma aandacht krijgt. Als correctie op een geloofstraditie die te ‘uiterlijk’ is en de persoonlijke betrokkenheid buiten beeld laat, is Douma’s perspectief van onschatbare waarde. Maar bij stromingen waarin dit persoonlijke aspect juist alle nadruk krijgt – zoals bepaalde evangelische richtingen en ook de bevindelijke sector – is allang duidelijk geworden dat hier ook gevaren op de loer liggen: verlies van relevantie in het concrete dagelijkse leven van werk en privé, politiek en natuur. Die breedte had wat mij betreft meer aan de orde mogen komen in Douma’s pleidooi voor het ontdekken van Jezus.